Platte daken

Hoe is een plat dak opgebouwd? De lagen van draagvloer tot dakbedekking

Draagvloer, hellingslaag, dampscherm, isolatie, roofing en ballast: een plat dak is een systeem waarin elke laag van de andere afhangt. Ontdek de volledige opbouw en waarom het warm dak vandaag de standaard is.

Dakwerken Roofit teamfoto

Een plat dak bestaat van onder naar boven uit een draagvloer, een hellingslaag, een dampscherm, een isolatielaag, een waterdichte afdichting in roofing en eventueel een ballastlaag. Die volgorde is geen willekeurige stapeling maar een systeem waarin elke laag afhankelijk is van de laag eronder en erboven. Bij Dakwerken Roofit bouwen wij sinds 1992 platte daken in Antwerpen en omgeving, en op basis van meer dan 3.000 gerealiseerde daken zien wij dat de meeste problemen niet ontstaan door een slecht materiaal, maar door een laag die op de verkeerde plaats zit of ontbreekt.

De draagvloer

De draagvloer is de constructieve basis van het dak en draagt het gewicht van alle lagen erboven, plus de belasting van sneeuw, water en eventueel personen tijdens onderhoud. In Vlaanderen is dat meestal een betonnen vloer, een welfsel of een houten balklaag met beplanking.

Het type draagvloer heeft gevolgen die verder reiken dan de constructie alleen. Een betonnen draagvloer is zwaar, massief en luchtdicht, waardoor de dampstroom naar boven beperkt blijft. Een houten draagvloer is licht en beweegt meer, en vraagt daardoor een andere aanpak voor het dampscherm en de bevestiging van de bovenliggende lagen.

De hellingslaag

Een plat dak is nooit volledig vlak. Om regenwater naar de afvoer te leiden, is er een helling nodig van minstens twee procent, wat neerkomt op twee centimeter hoogteverschil per meter. Bij een bitumineuze afdichting hanteert Buildwise de categorie van twee tot vijf procent als uitgangspunt voor de aansluitingsdetails.

Die helling kan op drie manieren tot stand komen: door de draagvloer zelf op afschot te leggen, door een afschotlaag aan te brengen bovenop de draagvloer, of door isolatieplaten met een verlopende dikte te gebruiken. Die laatste oplossing combineert twee functies in één laag en wordt bij renovaties vaak toegepast wanneer de opbouwhoogte beperkt is.

Het dampscherm

Het dampscherm ligt aan de warme zijde van de isolatie en houdt vochtige binnenlucht tegen. Zonder dat scherm stijgt waterdamp uit de woning op naar de isolatie, koelt daar af en slaat neer als condensatie in een laag die vervolgens niet meer kan drogen omdat de waterdichting erboven ligt.

Welk dampscherm nodig is, hangt af van de binnenklimaatklasse van het gebouw, van het type draagvloer, van het isolatiemateriaal en van de manier waarop de afdichting bevestigd wordt. Buildwise werkt daarvoor met vier binnenklimaatklassen en vier dampschermklassen. Meer daarover leest u in onze blog over het dampscherm bij een plat dak.

De isolatielaag

De isolatie zit tussen het dampscherm en de waterdichting, en moet drukvast zijn omdat er belasting op komt. In Vlaanderen wordt vandaag meestal PIR toegepast, omdat het een hoge isolatiewaarde haalt bij een beperkte dikte, wat bij renovaties met weinig opbouwhoogte doorslaggevend is. EPS en drukvaste minerale wol zijn alternatieven wanneer er meer ruimte beschikbaar is.

Cruciaal is dat de isolatielaag ononderbroken doorloopt tot aan de dakranden en de opstanden. Elke onderbreking is een koudebrug en dus een plek waar condensatie kan ontstaan. Hoeveel isolatie u precies nodig hebt, leest u in onze blog over de R-waarde en dikte van dakisolatie.

De waterdichte afdichting

De afdichting is de laag die het dak effectief waterdicht maakt, en bij Dakwerken Roofit is dat in de regel roofing. Een goed uitgevoerd roofingdak bestaat uit twee lagen, een onderlaag en een toplaag, die samen een naadloos geheel vormen. Die afdichting loopt niet alleen over het vlakke dakvlak maar wordt ook opgetrokken tegen alle opstanden. Bij een dakhelling tussen twee en vijf procent moet de opstand volgens Buildwise minstens honderdvijftig millimeter boven het afgewerkte dakvlak uitkomen, zodat stilstaand water er nooit overheen kan lopen.

Wij werken uitsluitend met materialen die getest zijn door Buildwise en voorzien zijn van een ATG of Europees keurmerk, en geven tien jaar garantie op alle uitgevoerde werken.

De ballastlaag

Niet elk plat dak heeft een ballastlaag, maar wanneer die er is, vervult ze drie functies: ze beschermt de afdichting tegen uv-straling, ze houdt de onderliggende lagen op hun plaats bij windbelasting, en ze vlakt temperatuurschommelingen af. Grind is de klassieke uitvoering, maar ook tegels op tegeldragers of een groendak nemen die rol op.

Een ballastlaag is niet vrijblijvend. Ze voegt gewicht toe, en de draagvloer moet dat aankunnen. Bij een groendak komt er bovendien een eis bij die vaak over het hoofd wordt gezien: standaard roofing is niet wortelwerend. Voor een groendak op roofing is een speciale wortelwerende toplaag of een afzonderlijke wortelwerende folie nodig. Meer daarover leest u in onze blog over een groendak aanleggen op een plat dak.

Warm dak, koud dak en omkeerdak

De volgorde hierboven is die van het warm dak, en dat is vandaag de standaardopbouw voor platte daken in Vlaanderen. Alle lagen liggen op elkaar zonder luchtspouw ertussen, en de isolatie ligt luchtdicht ingesloten tussen dampscherm en afdichting.

Bij een omkeerdak wordt de volgorde van isolatie en afdichting omgedraaid: de waterdichting ligt rechtstreeks op de hellingslaag, met de isolatie erboven en een ballastlaag daar weer bovenop. Omdat de isolatie dan buiten de waterdichting ligt, moet het materiaal ongevoelig zijn voor vocht, wat in de praktijk XPS betekent. Er is ook een thermische correctie nodig, want regenwater dat onder de platen doorstroomt voert warmte af. Een omkeerdak is vooral interessant bij renovatie wanneer de bestaande waterdichting nog in goede staat is, en bij dakterrassen.

Het koud dak, waarbij de isolatie aan de binnenzijde onder de draagvloer wordt aangebracht met een geventileerde spouw ertussen, wordt voor platte daken uitdrukkelijk afgeraden. Het risico op inwendige condensatie, houtrot en schimmel is te groot, en de ventilatie van die spouw is bij een plat dak in de praktijk zelden effectief te krijgen.

Samengevat

Een plat dak bestaat van onder naar boven uit een draagvloer, een hellingslaag van minstens twee procent, een dampscherm, een drukvaste isolatielaag, een waterdichte afdichting in roofing en eventueel een ballastlaag. Die opbouw heet een warm dak en is de standaard in Vlaanderen. Een omkeerdak keert isolatie en afdichting om en vraagt vochtongevoelige isolatie. Een koud dak wordt bij platte daken afgeraden. Elke laag hangt af van de andere, en het weglaten of verkeerd plaatsen van één laag ondermijnt het hele systeem.

Afsluiting

Wilt u weten hoe uw plat dak is opgebouwd en of die opbouw nog voldoet? Bij Dakwerken Roofit staan onze ervaren vakmensen voor u klaar. Wij komen gratis bij u langs voor een plaatsbezoek en bezorgen u een duidelijke, vrijblijvende offerte. Contacteer ons via 0490 11 11 11 of via het contactformulier op dakwerken.be.

Veelgestelde Vragen

Hoe is een plat dak opgebouwd?

Een plat dak bestaat van onder naar boven uit een draagvloer, een hellingslaag, een dampscherm, een isolatielaag, een waterdichte afdichting in roofing en eventueel een ballastlaag. Deze opbouw heet een warm dak en is de standaard voor platte daken in Vlaanderen.

Wat is het verschil tussen een warm dak en een omkeerdak?

Bij een warm dak ligt de isolatie tussen het dampscherm en de waterdichting, bij een omkeerdak ligt de isolatie bovenop de waterdichting met een ballastlaag erover. Een omkeerdak vraagt vochtongevoelige isolatie zoals XPS en een thermische correctie, en is vooral interessant bij renovatie of bij dakterrassen.

Waarom wordt een koud dak afgeraden bij een plat dak?

Een koud dak wordt bij platte daken afgeraden omdat het risico op inwendige condensatie, houtrot en schimmel te groot is. De geventileerde spouw die daarvoor nodig is, functioneert bij een plat dak in de praktijk zelden voldoende.

Hoeveel helling moet een plat dak hebben?

Een plat dak heeft een helling van minstens twee procent nodig, wat neerkomt op twee centimeter hoogteverschil per meter richting de afvoer. Die helling kan in de draagvloer, in een afschotlaag of in isolatieplaten met verlopende dikte worden aangebracht.