Negen op de tien lekkages beginnen bij een detail, niet in het dakvlak. Ontdek hoe opstanden, dakranden, schoorstenen en doorvoeren correct worden afgewerkt, en welke gebreken u zelf kunt herkennen.

Een plat dak lekt zelden in het vlakke dakvlak. Bijna altijd begint het probleem bij een detail: een doorvoer, een opstand, een dakrand of een aansluiting tegen een opgaande muur. Dat is ook logisch, want dat zijn de enige plaatsen waar de doorlopende waterdichte laag wordt onderbroken en met de hand moet worden afgewerkt. Bij Dakwerken Roofit herstellen en plaatsen wij sinds 1992 platte daken in Antwerpen en omgeving, en op basis van meer dan 3.000 gerealiseerde daken durven wij stellen dat de kwaliteit van een plat dak vooral in de details zit.
In het vlakke dakvlak ligt de roofing als een doorlopend membraan, machinaal geproduceerd en in banen aangebracht die volledig samensmelten. Daar is weinig dat mis kan gaan zolang de plaatsing correct verloopt.
Bij een detail verandert dat volledig. Daar moet de dakwerker de afdichting rond een vorm plooien, opsnijden, versterken en aansluiten op een ander materiaal. Bovendien komen daar mechanische spanningen samen: de opstand beweegt anders dan het dakvlak, metaal zet meer uit dan bitumen, en de hoek zelf is de plaats waar het membraan het zwaarst belast wordt.
Daar komt nog bij dat details vaak op het laagste punt van het dak liggen of net waar water passeert, en dus langer nat blijven dan de rest van het oppervlak.
De opstand is de verticale verhoging waartegen de dakafdichting wordt opgetrokken, bijvoorbeeld aan de dakrand of tegen een muur. Buildwise geeft hier een duidelijke regel: bij een dakhelling tussen twee en vijf procent moet de opstand minstens honderdvijftig millimeter hoger liggen dan het afgewerkte dakvlak. Die hoogte is er niet voor de zekerheid, maar omdat water bij een hevige bui kortstondig kan opstuwen, en de afdichting mag daar nooit onder komen te liggen.
Bij hellingen tussen vijf en tien procent gaat men ervan uit dat er geen waterstagnatie aan de dakrand optreedt, en volstaat een kleine opstand. Bij hellingen boven tien procent is een opstand niet nodig.
Op de opstand komt doorgaans een dakrandprofiel, dat de bovenrand van de afdichting mechanisch vastzet en beschermt tegen wind en uv. Loskomende of vervormde dakrandprofielen zijn een van de vaakst vastgestelde gebreken bij oudere daken, en ze zijn met het blote oog te zien tijdens een controle.
Een aandachtspunt dat vaak vergeten wordt, is de thermische onderbreking ter hoogte van de opstand. Loopt de isolatie daar niet door, dan ontstaat een koudebrug op precies de plek waar het dak het gevoeligst is voor condensatie.
Waar een plat dak aansluit op een hogere gevel, moet de afdichting worden opgetrokken en bovenaan worden afgewerkt zodat er geen water achter kan lopen. Dat gebeurt met een spouwmembraan dat in het metselwerk is ingewerkt, of met een loodslab.
Twee zaken lopen hier mis. Ten eerste wordt de afdichting soms te laag opgetrokken, waardoor opspattend water of sneeuw erachter komt. Ten tweede wordt de bovenafwerking soms enkel met kit uitgevoerd. Kit is geen waterdichting maar een afwerking: hij droogt uit, krimpt en scheurt na verloop van tijd. Wie een dak ziet waar de aansluiting tegen de gevel uitsluitend uit een kitvoeg bestaat, kijkt naar een toekomstig lek.
Elke doorvoer is een gat in een waterdichte laag, en moet dus opnieuw waterdicht worden gemaakt. Op een plat dak gaat het meestal om ventilatiepijpen, rookgasafvoeren, kabeldoorvoeren, de bevestigingen van zonnepaneelsystemen en de hemelwaterafvoer zelf.
Een correct uitgevoerde doorvoer heeft een aantal kenmerken. De doorvoer staat voldoende hoog boven het dakvlak, zodat stilstaand water er niet bij kan. Rond de doorvoer wordt een versterkingsstrook aangebracht voor de eigenlijke afdichting erop wordt aangesloten. Bij een tapbuis of dakkolk wordt de isolatie plaatselijk verlaagd, zodat de kolk verzonken ligt en het water er effectief in loopt in plaats van eromheen. En de doorvoer moet los kunnen bewegen ten opzichte van het dakvlak zonder dat de afdichting scheurt.
Het meest voorkomende gebrek is een doorvoer die na de oplevering is toegevoegd. Een antennevoet, een extra kabel of een condensafvoer die achteraf door het dak is gebracht en met kit is afgedicht, is bijna altijd de eerste plek waar een lekkage ontstaat. Wie werken op het dak laat uitvoeren door een andere partij, laat de doorvoeren nadien het best nakijken.
De schoorsteen is een detail apart, omdat het om een massief element gaat dat door het dak steekt en dat zelf ook warmte en vocht afvoert. De afdichting moet rondom worden opgetrokken tot boven het niveau van eventueel stilstaand water, en bovenaan mechanisch worden vastgezet en afgedekt.
Bij oudere woningen in de Antwerpse regio zien wij hier regelmatig een historisch gegroeide situatie: een aansluiting die ooit in lood werd uitgevoerd, later plaatselijk met bitumen is bijgewerkt en nog later met kit is bijgehouden. Dat werkt tijdelijk en faalt uiteindelijk. De duurzame oplossing is de aansluiting in één keer volledig opnieuw uitvoeren.
Bij een controle van uw dak kunt u zonder technische kennis al veel zien. Zit het dakrandprofiel nog overal vast en is het niet vervormd? Is de afdichting op de opstanden nergens losgekomen of gescheurd in de hoek? Ziet u kitvoegen die uitgedroogd of gescheurd zijn? Staat er rond een doorvoer een plas die er na een dag nog ligt? Zijn er doorvoeren bijgekomen sinds de laatste dakwerken?
Al deze punten wijzen niet noodzakelijk op een acuut lek, maar ze geven wel aan waar de aandacht naartoe moet. Meer over de volledige controle leest u in onze blog over dakonderhoud van een plat dak, en over de aanpak bij een vastgestelde lekkage op de pagina over plat dak herstellen.
Een plat dak lekt in de regel niet in het dakvlak maar bij de details: opstanden, dakranden, aansluitingen tegen opgaande muren, schoorstenen en doorvoeren. Buildwise vraagt bij een helling van twee tot vijf procent een opstandhoogte van minstens honderdvijftig millimeter. Doorvoeren moeten voldoende hoog staan, met een versterkingsstrook worden aangesloten en moeten kunnen bewegen zonder scheuren. Achteraf toegevoegde doorvoeren die enkel met kit zijn afgedicht, zijn een van de meest voorkomende oorzaken van lekkage.
Twijfelt u over de staat van de aansluitingen en doorvoeren op uw plat dak? Bij Dakwerken Roofit staan onze ervaren vakmensen voor u klaar. Wij komen gratis bij u langs voor een plaatsbezoek en bezorgen u een duidelijke, vrijblijvende offerte. Contacteer ons via 0490 11 11 11 of via het contactformulier op dakwerken.be.
Een plat dak lekt meestal bij de details en niet in het vlakke dakvlak: bij opstanden, dakranden, aansluitingen tegen opgaande muren, schoorstenen en doorvoeren. Dat zijn de plaatsen waar de doorlopende waterdichte laag wordt onderbroken en met de hand moet worden afgewerkt.
Bij een plat dak met een helling tussen twee en vijf procent moet de afdichtingsopstand volgens Buildwise minstens honderdvijftig millimeter boven het afgewerkte dakvlak uitkomen. Bij hellingen tussen vijf en tien procent volstaat een kleine opstand, en boven tien procent is er geen opstand nodig.
Dakdoorvoeren lekken vaak omdat elke doorvoer een onderbreking van de waterdichte laag is die met de hand moet worden afgewerkt. Vooral doorvoeren die na de oplevering zijn toegevoegd en enkel met kit zijn afgedicht, zijn een veelvoorkomende oorzaak van lekkage.
Nee, kit is een afwerking en geen waterdichting. Kit droogt uit, krimpt en scheurt na verloop van tijd. Een aansluiting tegen een opgaande muur moet worden uitgevoerd met een correct opgetrokken afdichting en een spouwmembraan of loodslab.