Branden, verkleven, zelfklevend of mechanisch bevestigen: roofing kan op vier manieren op een plat dak worden aangebracht. Ontdek per methode wanneer ze de juiste keuze is en waarom de ondergrond dat bepaalt.

Roofing wordt op vier manieren aangebracht: branden met een gasbrander, verkleven met koudlijm, uitrollen als zelfklevend membraan of mechanisch bevestigen met schroeven en drukverdeelplaatjes. Branden blijft in Vlaanderen de meest toegepaste techniek, maar welke methode het best past hangt af van de ondergrond, de brandveiligheid ter plaatse en de opbouw van uw dak. Bij Dakwerken Roofit plaatsen wij sinds 1992 roofingdaken in Antwerpen en omgeving, en na meer dan 3.000 gerealiseerde platte daken weten wij dat de plaatsingsmethode minstens even bepalend is voor de levensduur als het membraan zelf.
Roofing is een waterdichte dakbedekking op basis van bitumen, gewapend met een drager van polyester of glasvlies. De bitumen wordt gemodificeerd met polymeren om de eigenschappen te verbeteren, en daarbij bestaan er twee hoofdtypes.
SBS-bitumen bevat een elastomeer dat het membraan soepel houdt, ook bij lage temperaturen. Dat maakt SBS geschikt voor daken die werken door temperatuurschommelingen of voor ondergronden die uitzetten en krimpen. Omdat SBS minder goed tegen uv-straling kan, wordt het doorgaans afgewerkt met een beschermlaag van leislag of een ballastlaag.
APP-bitumen is gemodificeerd met een plastomeer en is beter bestand tegen uv-straling en hoge temperaturen. APP wordt daarom vaak ingezet als toplaag op daken die volledig in de zon liggen.
Een goed uitgevoerd roofingdak bestaat in de meeste gevallen uit twee lagen: een onderlaag en een toplaag. Die dubbele opbouw is geen luxe, maar de reden waarom een roofingdak gemiddeld 25 tot 30 jaar meegaat. Meer achtergrond leest u in onze blog over wat roofing is en waarom het geschikt is voor een plat dak.
Bij het branden verhit de dakwerker de onderzijde van het membraan met een gasbrander, waardoor de bitumen smelt en zich hecht aan de ondergrond of aan de onderliggende laag. Het resultaat is een volvlakkige, naadloze verbinding waarbij de overlappen volledig samensmelten.
Dit is de meest toegepaste methode in Vlaanderen, en met reden. De hechting is uitstekend, het dak is meteen belastbaar en de naden vormen één geheel in plaats van een verbinding die later kan openen.
Branden vraagt wel de nodige vakkennis. De vlam moet gelijkmatig worden gevoerd, de smeltrand moet zichtbaar zijn zonder dat de wapening verbrandt, en de ondergrond moet droog zijn. Wordt te snel of te oppervlakkig gebrand, dan ontstaat blaasvorming door ingesloten vocht of lucht. Wordt te lang op één plek gebrand, dan verzwakt de drager. Roofing branden is dan ook geen doe-het-zelfwerk.
Er is ook een grens aan de toepasbaarheid. Op een houten dakconstructie, in de buurt van brandbare gevelbekleding of bij gebouwen waar open vuur niet is toegelaten, is branden geen optie. In die gevallen kiest men voor een van de vlamvrije methodes.
Bij verkleven brengt de dakwerker een bitumineuze koudlijm aan op de ondergrond, waarna het membraan wordt uitgerold en stevig aangedrukt. Er komt geen vuur aan te pas, wat deze methode geschikt maakt voor daken waar brandveiligheid een aandachtspunt is.
De hechting is goed en de lijm vult kleine oneffenheden in de ondergrond op, wat de waterdichtheid ten goede komt. Wel vraagt verkleven een langere uithardingstijd en is de methode gevoeliger voor weersomstandigheden tijdens de uitvoering. Bij lage temperaturen of vochtige ondergrond werkt de lijm niet naar behoren.
Zelfklevende membranen hebben een kleeflaag aan de onderzijde, beschermd door een folie. De dakwerker trekt de folie weg, rolt de baan uit en drukt hem aan. Enkel de overlappen worden nagewerkt, meestal met hete lucht.
Deze methode is snel en volledig vlamvrij, en wordt daarom vaak toegepast op houten ondergronden, bij dakdetails waar een brander te risicovol is, en op renovaties in dichtbebouwd gebied. De keerzijde is dat zelfklevende systemen gevoeliger zijn voor temperatuur: bij koud weer hecht de kleeflaag onvoldoende, en de ondergrond moet perfect schoon, droog en stofvrij zijn. Een primer is bijna altijd nodig.
Bij mechanische bevestiging wordt de onderlaag met schroeven en drukverdeelplaatjes vastgezet in de draagvloer, waarna de toplaag erop wordt gebrand of gelast. Deze methode wordt vooral toegepast op grote dakvlakken en op bedrijfspanden, waar windbelasting de bepalende factor is.
Het aantal bevestigingspunten wordt niet naar gevoel bepaald, maar berekend op basis van de windbelasting op die specifieke locatie en de uitrukweerstand van de bevestiging in de ondergrond. Aan de dakranden en in de hoeken ligt die belasting hoger dan in het midden van het dak, waardoor daar dichter bevestigd wordt.
De keuze volgt uit de situatie, niet uit voorkeur. Op een betonnen draagvloer met een correct geplaatst dampscherm is branden doorgaans de meest duurzame keuze. Op een houten ondergrond, dicht bij brandbare materialen of bij een gebouw waar open vuur verboden is, kiest u voor zelfklevend of verkleven. Op een groot dakvlak met hoge windbelasting is mechanische bevestiging van de onderlaag vaak de technisch juiste oplossing.
Wat in alle gevallen geldt, is dat de ondergrond droog en schoon moet zijn en dat de overlappen correct moeten worden uitgevoerd. Een membraan van hoge kwaliteit dat verkeerd geplaatst is, presteert slechter dan een eenvoudiger systeem dat vakkundig is aangebracht.
Bij Dakwerken Roofit werken wij uitsluitend met roofingmaterialen die getest zijn door Buildwise en voorzien zijn van een ATG of Europees keurmerk, en voeren onze eigen vakmensen alle werken uit zonder onderaannemers. Meer over onze aanpak vindt u op de pagina over platte daken.
Roofing wordt gebrand, verkleefd met koudlijm, zelfklevend geplaatst of mechanisch bevestigd. Branden geeft de sterkste hechting en blijft de standaard in Vlaanderen, maar vraagt vakkennis en is niet overal toegelaten. Verkleven en zelfklevende systemen zijn vlamvrije alternatieven voor houten ondergronden en brandgevoelige situaties. Mechanische bevestiging is de keuze bij grote dakvlakken met hoge windbelasting. De juiste methode volgt altijd uit de ondergrond, de brandveiligheid en de opbouw van het dak.
Overweegt u een nieuwe roofing op uw plat dak en wilt u weten welke plaatsingsmethode bij uw situatie past? Bij Dakwerken Roofit staan onze ervaren vakmensen voor u klaar. Wij komen gratis bij u langs voor een plaatsbezoek en bezorgen u een duidelijke, vrijblijvende offerte. Contacteer ons via 0490 11 11 11 of via het contactformulier op dakwerken.be.
Roofing wordt op vier manieren geplaatst: branden met een gasbrander, verkleven met koudlijm, uitrollen als zelfklevend membraan of mechanisch bevestigen met schroeven en drukverdeelplaatjes. Branden is in Vlaanderen de meest toegepaste techniek.
SBS-bitumen bevat een elastomeer dat het membraan soepel houdt bij lage temperaturen en goed laat meebewegen met de ondergrond, maar het vraagt bescherming tegen uv-straling. APP-bitumen is gemodificeerd met een plastomeer en is uv-bestendiger, wat het geschikt maakt als toplaag op daken in volle zon.
Roofing kan niet gebrand worden op houten dakconstructies waar verhitting risicovol is, in de buurt van brandbare gevelbekleding, en in gebouwen waar open vuur niet is toegelaten. In die gevallen wordt gekozen voor zelfklevende roofing of verkleven met koudlijm.
Een roofingdak bestaat meestal uit een onderlaag en een toplaag omdat die dubbele opbouw de waterdichtheid verdubbelt en de levensduur aanzienlijk verlengt. Een vakkundig geplaatst tweelaags roofingdak gaat gemiddeld 25 tot 30 jaar mee.