Twee procent helling, een verzonken afvoer op het laagste punt en waar nodig een nooduitlaat: zo verlaat water een plat dak. Ontdek hoe u afschot berekent en waarom stilstaand water bijna altijd op een van deze drie wijst.

Water verlaat een plat dak via drie samenwerkende onderdelen: een helling van minstens twee procent die het water naar het laagste punt stuurt, een correct gedimensioneerde hemelwaterafvoer die het water afvoert, en waar nodig een nooduitlaat die overtollig water bij een piekbui laat ontsnappen. Ontbreekt of faalt één van die drie, dan blijft water staan, en stilstaand water is op termijn de belangrijkste vijand van een plat dak. Bij Dakwerken Roofit leggen wij sinds 1992 platte daken aan in Antwerpen en omgeving, en op basis van meer dan 3.000 gerealiseerde daken zien wij dat plasvorming bijna altijd terug te voeren is op een van deze drie punten.
Afschot is de lichte helling die in een plat dak wordt aangebracht om regenwater naar de afvoer te leiden. Een plat dak is dus nooit werkelijk vlak. Voor platte daken met een bitumineuze afdichting wordt in België doorgaans uitgegaan van een helling van minstens twee procent, wat neerkomt op twee centimeter hoogteverschil per meter. Buildwise hanteert de categorie van twee tot vijf procent als uitgangspunt voor de aansluitingsdetails bij platte daken.
Waarom niet minder? Omdat een dakconstructie in de loop der jaren doorbuigt. Een dak dat bij oplevering exact op één procent lag, kan na vijftien jaar plaatselijk vlak of zelfs negatief liggen. Twee procent geeft die marge.
Het rekenwerk is eenvoudig. U meet de langste waterweg, dus de afstand van het hoogste punt tot de afvoer, en vermenigvuldigt die met het percentage. Bij een dak van zes meter en een helling van twee procent hebt u dus twaalf centimeter hoogteverschil nodig. Zijn er twee afvoerpunten, dan deelt u het dak op in vlakken die elk naar hun eigen afvoer aflopen, waardoor de afstanden korter worden en er minder opbouwhoogte nodig is.
Er zijn drie manieren, en de keuze hangt af van de situatie.
Bij nieuwbouw is het meest logisch om het afschot al in de draagstructuur op te nemen, door de balklaag of de dakvloer op hoogte te leggen. Dat is efficiënt en beperkt de stapeling van lagen.
Een tweede manier is een afschotlaag bovenop de draagvloer, bijvoorbeeld in een lichte mortel of schuimbeton. Hierbij is er één belangrijk aandachtspunt: zo'n laag bevat bouwvocht dat volledig moet uitdrogen voor het dampscherm erop komt. Wordt daar te snel over gegaan, dan zit het vocht opgesloten en veroorzaakt het later blaasvorming.
De derde manier, en bij renovatie vaak de meest praktische, is afschotisolatie: isolatieplaten met een verlopende dikte die tegelijk isoleren en de helling vormen. Zo combineert u twee functies in één laag, wat de totale opbouwhoogte beperkt.
Die opbouwhoogte is bij renovatie meestal de bepalende factor. Elke centimeter die u toevoegt, gaat af van de hoogte van uw dakranden en opstanden, en die moeten bij een helling van twee tot vijf procent minstens honderdvijftig millimeter boven het afgewerkte dakvlak blijven uitkomen.
Op het laagste punt van elk afschotvlak komt de afvoer, meestal in de vorm van een tapbuis of een dakkolk. De afvoer wordt verzonken geplaatst, waarvoor de isolatie plaatselijk wordt verlaagd, zodat het water er effectief in loopt in plaats van eromheen te blijven staan.
De dimensionering is geen kwestie van gevoel. De Technische Voorlichting 270 van Buildwise behandelt het ontwerp en de dimensionering van hemelwaterafvoerinstallaties onder vrij verval en bepaalt hoeveel afvoercapaciteit een bepaald dakoppervlak nodig heeft bij de regenintensiteit die in België gehanteerd wordt.
Praktisch belangrijker voor de meeste eigenaars is het onderhoud. Een afvoer met een bladvanger die niet wordt schoongemaakt, is een afvoer die niet werkt. Bladeren, mos, zand en leislag verzamelen zich bij het laagste punt van het dak, en dat is precies waar de afvoer zit. Twee schoonmaakbeurten per jaar zijn voor de meeste daken het minimum, en bij bomen in de buurt vaker.
Een nooduitlaat, in de praktijk vaak een spuwer door de dakrand, laat overtollig water weg wanneer de gewone afvoer het niet aankan of verstopt is. De functie is niet alleen waterdichtheid maar ook veiligheid: water is zwaar, en een dak dat volloopt kan structureel overbelast raken.
Lange tijd werd aangenomen dat elk plat dak een noodafvoersysteem nodig had. Buildwise heeft dat genuanceerd: een noodafvoer is niet in alle gevallen vereist, op voorwaarde dat de gewone hemelwaterafvoerinstallatie aan een aantal voorwaarden voldoet. Wanneer een nooduitlaat wel nodig is en hoe die gedimensioneerd moet worden, hangt dus af van het ontwerp van de gewone afvoer.
Wat in elk geval geldt: als er een spuwer aanwezig is, moet die vrij blijven. Een dichtgeschilderde of door mos verstopte spuwer is geen nooduitlaat meer.
Een plas die na een bui binnen een halve dag verdwenen is, is doorgaans geen probleem. Water dat er dagen later nog ligt, is dat wel.
Stilstaand water versnelt de veroudering van de bitumen door aanhoudende bevochtiging, het bevordert mos en algen die de naden aantasten, het voegt gewicht toe aan de constructie, en het zorgt bij vorst voor uitzetting op precies de plek waar het membraan al verzwakt is. Bovendien is het een indicator: waar water blijft staan, is de helling onvoldoende, is er doorbuiging, of is de afvoer verstopt.
Meer over dit onderwerp leest u in onze blog over water dat op een plat dak blijft staan.
Bij een bestaand dak met plasvorming zijn er twee routes. Wanneer de dakbedekking nog in goede staat is en er voldoende opbouwhoogte beschikbaar is, kan het afschot worden gecorrigeerd met afschotisolatie of door een extra afvoerpunt toe te voegen op de plaats waar het water zich verzamelt. Wanneer de dakbedekking toch aan vernieuwing toe is, is de renovatie het aangewezen moment om het afschot meteen correct op te bouwen.
Bij Dakwerken Roofit beoordelen wij tijdens het plaatsbezoek de helling, de afvoerpunten en de opbouwhoogte samen, want die drie bepalen elkaar. Wij werken uitsluitend met materialen die getest zijn door Buildwise en voorzien zijn van een ATG of Europees keurmerk, en geven tien jaar garantie op alle uitgevoerde werken. Meer over de aanpak leest u op de pagina over plat dak renoveren.
Water verlaat een plat dak via afschot, afvoer en waar nodig een nooduitlaat. De helling bedraagt minstens twee procent, dus twee centimeter per meter, en wordt aangebracht in de draagstructuur, in een afschotlaag of met afschotisolatie. De afvoer wordt verzonken geplaatst op het laagste punt en volgens de richtlijnen van Buildwise gedimensioneerd. Een nooduitlaat is niet altijd verplicht, maar moet vrij blijven wanneer hij aanwezig is. Water dat dagen op het dak blijft staan, wijst op een probleem met een van deze drie onderdelen.
Blijft er water staan op uw plat dak, of twijfelt u of het afschot en de afvoeren volstaan? Bij Dakwerken Roofit staan onze ervaren vakmensen voor u klaar. Wij komen gratis bij u langs voor een plaatsbezoek en bezorgen u een duidelijke, vrijblijvende offerte. Contacteer ons via 0490 11 11 11 of via het contactformulier op dakwerken.be.
Een plat dak heeft een helling van minstens twee procent nodig, wat neerkomt op twee centimeter hoogteverschil per meter richting de afvoer. Buildwise hanteert voor platte daken met een bitumineuze afdichting de categorie van twee tot vijf procent als uitgangspunt.
U berekent het afschot door de langste waterweg, dus de afstand van het hoogste punt tot de afvoer, te vermenigvuldigen met het hellingspercentage. Bij een dak van zes meter en twee procent helling hebt u twaalf centimeter hoogteverschil nodig.
Een noodafvoersysteem is niet in alle gevallen verplicht op een plat dak. Volgens Buildwise hangt dat af van de vraag of de gewone hemelwaterafvoerinstallatie aan een aantal voorwaarden voldoet. Is er een spuwer of nooduitlaat aanwezig, dan moet die altijd vrij blijven.
Water dat na een bui binnen een halve dag wegtrekt is doorgaans geen probleem, maar water dat dagen blijft staan wel. Stilstaand water versnelt de veroudering van de bitumen, bevordert mos en algen, voegt gewicht toe aan de constructie en zet uit bij vorst.